In de trein naar Dordrecht lees ik Lessons van Ian McEwan. Hij werd geboren in hetzelfde jaar als ik, maar anders dan ik heeft hij van schrijven zijn levenswerk gemaakt - een besef dat me vervult met zowel afgunst als bewondering. In een fragment gewijd aan de terechtstelling van een kleine groep Duitse dissidenten onder het bewind van Hitler en zijn schoftenbende, bereik ik de volgende zinsnede: '..while the country was in ruins and half the population was starving, and every German was still just waking from the nightmare to which they had all, or almost all, contributed..' Mijn aandacht wordt juist op dat moment getrokken door het gesprek tussen twee vrouwen naast en tegenover mij. Ze hebben het over Aleksej Navalny, die naar zojuist bekend werd, gisteren is 'overleden'. De oudere van de twee uit haar afschuw hierover - de jongere luistert belangstellend maar weet kennelijk niet goed wie Navalny is, of liever was. Vervolgens gaat het over Gaza en de massale slachting onder de Palestijnen. Een terloops opgevangen uitspraak blijft hinderlijk resoneren in mijn brein dat vergeefse pogingen doet om terug te keren naar mijn boek. 'Misschien is het maar goed dat je niet alles weet, want dan word je helemaal somber'. In stilte beaam ik dit. Kennis is macht, maar wanneer je je totaal machteloos voelt tegenover wereldwijde verderfelijke ontwikkelingen, dan wordt kennis een macht die neerdukt. 'Alles hangt met alles samen' hoor ik de jongere vrouw nog zeggen. 'Inderdaad', wil ik uitroepen, 'hoor maar eens wat McEwan hier schrijft over nazi-Duitsland!'. Maar we naderen station Dordrecht en ik vermoed dat ik hun volgende gespreksonderwerp zou worden. Je komt tenslotte zelfs in de trein niet iedere dag een zonderlinge grijsaard tegen die vanuit het niets tegen je begint te oreren.
Te voet vervolg ik mijn weg naar het Dordrechts museum, mijmerend over hoe alles met alles samenhangt. Hoe de 'Endlösung' van het Derde Rijk weerspiegeld wordt in de genocide waaraan de regering Netanyahu zich dagelijks schuldig maakt. Hoe Poetin's stelselmatige liquidatie van politieke tegenstanders voor Donald Trump een lustdroom is. Hoe gemakkelijk een volk, ook het onze, in de ban kan raken van een haatpredikende, gewetenloze schurk.
En dat, oude vriend, brengt me op jouw pleidooi voor PVV-vrije zones. Want, hoe geestig en speels die gedachte ook is, ze onderstreept de diepe verontrusting die in jou en mij heerst nu we de verdere opkomst van Geert Wilders en zijn onfrisse clubje meemaken. Het politieke wonder Omtzigt viel smadelijk door de mand toen hij aankondigde eerst nog wat grondwettelijke kwesties te willen bespreken vooraleer hij overwoog in zee te gaan met de man die het woord 'kopvodden' introduceerde en een menigte ophitste met de vraag of wij meer of minder Marokkanen willen.
We kunnen niet meer wegkijken, het fenomeen Wilders niet langer negeren. Hier is sprake van een beweging die groter en krachtiger wordt terwijl wij ons blijven afvragen welk weldenkend mens ooit op zo'n charlatan zou stemmen. Dat doen mijn Amerikaanse vrienden ook als ze kijken naar het monsterlijke gedrocht dat de Republikeinse partij geworden is. Bij de vraag hoe we het tij kunnen keren past niet zomaar een eenvoudig en praktisch uitvoerbaar antwoord. Ik kom niet verder dan: praat met je medemensen, probeer hen te overtuigen, schrijf over wat je verontrust. Echter, jij en ik beseffen dat we preken voor onze eigen piepkleine parochie terwijl de vos Wilders de passie preekt voor massa’s.
Waaruit halen we nog optimisme? Oorlogen, milieurampen, steeds ongelijker verdeling van welvaart, voedsel en kansen bepalen ons tijdsbeeld. Daarmee geconfronteerd kunnen we niet anders dan een weinig dappere uitweg kiezen: onze hoop vestigen op de volgende generaties. Greta Thunberg spreekt ons aan omdat ze zo jong is. Als ik mijn zoon in zijn theatervoorstelling ‘Kamikaze Copiloot’ hoor spreken over angst, over de prijs die anderen betalen voor onze vermeende vrijheid, denk ik: gelukkig, hij bereikt meer mensen dan ik. En ter afsluiting wil ik je aandacht vestigen op de maiden speech van Esmah Lalah in de Tweede Kamer. Zo jong is ze, zo welbespraakt, gepassioneerd en onbevreesd, trots haar hoofddoek dragend. En met haar Brabantse tongval onderstreept zij dat wij allen Nederlanders zijn, niet alleen die verkrampte, bleke bangbroeken die door Geert op 1 worden gezet.
Overigens ondersteun ik van harte dat idee van PVV-vrije zones, zolang weldenkende Hagenaars maar overal in de stad mogen parkeren. Anders wordt het onuitvoerbaar.

